Archeon: pretpark met een historisch sausje?

Geschiedenis Beleven, 19 juli 2011, auteur: Enne Koops

Archeon 3 Het Archeon is een fraai geschiedenispark in Alphen aan de Rijn. De bezoekers wanen zich eventjes terug in de Prehistorie, Romeinse Tijd of Middeleeuwen en kunnen meedoen aan allerlei historische activiteiten. Is het Archeon een pretpark met een historisch sausje, of biedt het meer?

Er zijn 43 historische gebouwen, boerderijen en hutten in het Archeon te vinden, allemaal reconstructies van archeologische vondsten uit Nederland. Deze reconstructies worden bewoond door de Archeotolken. In historische kledij vertolken deze mensen een bepaalde archeologische periode. De Archeotolken staan op locatie om eventuele vragen te beantwoorden of een toelichting te geven. Ook begeleiden zij de drie “doe-routes” die de bezoekers actief laten meedoen aan specifieke historische activiteiten uit de Prehistorie, de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen.

Prehistorie
Tijdens de doe-route van de Prehistorie x96 die voor Nederland eindigde in 12 v.Chr. met de introductie van het schrift door de Romeinen x96 leer je hoe er in die tijd vuur gemaakt werd. Verder kun je op een meertje kanovaren en oefenen om grote stenen te verplaatsen. Qua gebouwen valt onder meer een kamp van de jagers-verzamelaars te bewonderen, maar ook een bronsgieterij, een grafheuvel en terpboerderijen.

Gladiatoren in de Arena

De Romeinse Tijd biedt wat meer actie. Met name het gladiatorengevecht in de Arena is spectaculair. Voor de warming-up wordt iemand uit het publiek gekozen. Na deze opwarmronde is het de beurt aan twee atletisch gebouwde mannen of vrouwen voor een bloeddorstig gevecht, dat ongeveer een half uur duurt en waarna de hals van de verliezer wordt ‘doorgesneden’.

De akoestiek in de Arena is helaas slecht. Veel informatie verdwijnt in de wind. Dit komt omdat er veel rumoerige kinderen in de Arena zitten, het flink waait en er geen geluidsversterkers aangebracht zijn. Wat mij betreft mag het geluid in de Arena wel versterkt worden, zodat de bezoekers meer meekrijgen van het mondelinge commentaar van datgene wat zich voor hun ogen afspeelt.

Andere activiteiten die de Romeinse Tijd biedt zijn het maken van een fibula (een kledingspeld), als legionair meedoen aan een militaire mars en, ten slotte, het ondergaan van een (zeer eenvoudige) schoudermassage.

Middeleeuwen: de klos en de kink

De laatste doe-route is die van de ‘Middeleeuwen’. Er wordt een touw gespannen en, jawel, ik blijk als begeleider van een groep leerlingen de spreekwoordelijke “klos” te zijn. Dat is degene die drie aangespannen touwen via een klos tot één dik touw moet aandraaien. In het begin valt het eigenlijk best Archeon 2 nog wel mee. Maar hoe korter het touw wordt, hoe zwaarder het in elkaar draaien blijkt te zijn. Na vijf minuten flink draaien, zijn mijn handpalmen al volledig gladgepolijsd en beginnen ze licht te tintelen. Mijn “lijden” is natuurlijk nogal relatief, want mensen die tijdens de Middeleeuwen “de klos” waren moesten dit zware werk de hele dag doen.

Het middeleeuwse touwdraaien heeft naast het ‘de klos’ zijn nog een ander bekend gezegde opgeleverd: de “kink in de kabel”. De kink is een zichtbare slag of draai op het eind van een touw, wat in vrijwel elk middeleeuws touw voorkwam. Dit wordt veroorzaakt doordat het touw op het eind niet meer rondgedraaid wordt op een spoel.

Geen pretpark

Het Archeon is een leuke en leerzame ervaring, maar wel met enkele kanttekeningen. Het park presenteert zich als een attractie die geschikt is voor alle leeftijden. Als begeleider van een school met leerlingen tussen 13 en 20 jaar merk ik echter dat het enthousiasme bij de wat oudere jongeren beperkt is.

Het historische park is zeker geen historisch pretpark, uitgezonderd misschien het gladiatorengevecht of het boogschieten. Het park is vooral leuk voor kinderen tot en met 13 à 14 jaar. Oudere middelbare scholieren vinden het Archeon algauw eentonig of kinderachtig, waarbij wel gerealiseerd moet worden dat de doelgroep uit pubers bestaat met enige aversie tegen educatieve activiteiten.

Kakofonie
Het maximum aantal bezoekers dat tegelijk in het park is, zou gelimiteerd mogen worden. Het valt me tijdens activiteiten op dat het een drukte van belang is en dat er regelmatig langslopende kinderen binnenvallen tijdens een presentatie. Soms moeten we door de drukte wachten op een activiteit of het is zox92n kakofonie dat de Archeotolk moeilijk te verstaan is.

Ondanks deze minpunten is het Archeon een plaats waar wat te leren valt. Geen pretpark, maar een historisch oord dat vooral gericht is op een ontspannen bijscholing van basis- en brugklasscholieren .

Meer informatie over Archeon op www.archeon.nl


21 July 2011
By on 08:09
De 43 levens van Adolf Hitler

Hitler en zijn hond Blondi

Gepubliceerd op GeschiedenisBeleven 1 juli 2011

Maar liefst 42 keer wist de Duitse dictator Adolf Hitler aan een moordaanslag te ontsnappen. Telkens wist de Führer op tijd te ontkomen, of had hij gewoon stom geluk. De Britse historicus Roger Moorhouse beschrijft in Hitler. De aanslagen de meest opzienbarende aanslagen die op Adolf Hitler gepleegd zijn.

De meeste daredevils probeerden de Führer om te brengen met explosieven. Zo legde een groepje Poolse partizanen vijfhonderd kilo TNT onder een verkeersader in Warschau, waar Hitler tijdens een parade in september 1943 zou passeren. Om onbekende redenen gebeurde er niets op het moment suprème, toen de Duitse leidsman en zijn gevolg het betreffende kruispunt overstaken.

Sommigen zetten gifgas in, sluipschutters, poederbrieven of een zelfmoordcommando. Maar bommen bleven het populairste middel, vanwege hun verwoestend potentieel. Amerikaanse piloten bijvoorbeeld bombardeerden op 4 november 1943 met vier vliegtuigen een hotel in Milaan, waar de Führer zich zou schuilhouden. Hitler bevond zich op dat moment echter in zijn tweede bunker de Wolfschanze in Oost-Pruissen, vlak bij de Poolse grens. Eind april 1945, een paar weken voor de algemene Duitse capitulatie, bestookte op zijn beurt de RAF met 359 Lancasters en 16 Mosquito’s de Berghof, Hitlers Oostenrijkse onderkomen. Deze raid, gedoopt als Operation Hellhound, vernietigde de naburige villa’s van Hermann Göhring en Martin Bormann, evenals een SS-kazerne. Maar Hitler zat intussen “veilig” in Berlijn.

De architect Albert Speer – lange tijd een van de loyaalste nazi’s – was van plan om zijn baas om te brengen met gifgas dat moest ontsnappen via de ventilatieschachten van de Führerbunker. Het verluchtingssysteem was echter net een week voor het plan vervangen. Althans, zo vertelde hij het zelf tijdens de Neurenberger processen, tot grote woede van de eveneens in Neurenberg aanwezige Hermann Göhring, die Speer een verrader vond en terecht het vermoeden had dat Speer met deze bekenteni –  die hij combineerde met de enige nazi-schuldbelijdenis –  zijn straatje wou schoonvegen. Dat lukte tot op bepaalde hoogte. Speer was een van de weinige topnazi’s die niet de doodstraf kreeg, maar 20 jaar gevangenisstraf.

Twee flessen cognac

Weer een andere hoge officier, Rudolf-Christov von Gersdorff, probeerde als zelfmoordterrorist Hitler te vermoorden. “Het móést gebeuren. Hitler moet als een dolle hond worden afgemaakt”, zei hij tegen een medecomplotteur. Von Gersdorff mocht de Führer rondleiden op een tentoonstelling en had de ontsteker al in werking gezet, afgesteld op 10 minuten. De moordenaar in spe was echter zo zenuwachtig dat Hitler de zaak niet vertrouwde en tijdens de presentatie al na xe9xe9n minuut wegliep. Von Gersdorff had nog voldoende tijd om de bom, in de binnenzak van zijn colbert, buiten werking te stellen.

Op 13 maart 1943 wist een stel andere militairen, vlak voor take off, twee flessen cognac gevuld met explosieven Hitlers privévliegtuig binnen te loodsen. Een geschenk voor de Führer, bitte schön. Waarschijnlijk door de extreme kou in het vliegtuig (de verwarming was defect) weigerden de bommen af te gaan. Een van de samenzweerders haastte zich – na het slechte nieuws van Hitlers landing – richting Berlijn, waar hij de flessen omruilde voor betere cognac. De Fxfchrer had ze gelukkig nog niet in ontvangst genomen. Degene met wie hij het pakket ruilde, de topnazi Heinz Brandt, zat op het moment van de overhandiging glimlachend met het cadeau te jongleren. Anderhalf jaar later ontsprong Brandt de dans niet: door een bomaanslag die bekend werd als Operation Walküre, verloor hij zijn voet.

Operation Walkxfcre

De moordpoging van de officier Claus von Stauffenberg is het bekendste complot, mede door de speelfilm Valkyrie uit 2008, met Tom Cruise in de gedaante van Claus en Carice van Houten als diens vrouw. Het Stauffenberg-plan was gedurfd. Eerst zou Von Stauffenberg zijn werkgever ombrengen met twee kneedbommen in een aktetas, om vervolgens te ontsnappen en met circa 200 medestanders een staatsgreep te plegen vanuit Berlijn. Omdat Von Stauffenberg vanaf juni 1944 regelmatig bij de hoogste militaire besprekingen aanwezig was, kon hij – na drie mislukte pogingen – op 22 juli van datzelfde jaar toeslaan.

Stauffenberg (links) en Hitler (rechts) enkele dagen voor aanslag

De aanslag in de Wolfschanze leverde om diverse redenen niet het gewenste effect op. Claus werd die dag vervroegd naar de briefing geroepen en kon daarom maar één van de twee kneedbommen tijdig prepareren. Voorts bleek dat het overleg niet in de reguliere ruimte, maar in een zaal met meerdere ramen plaatsvond. De explosie had hierdoor minder impact dan de bedoeling was. Ook hing Hitler over een tafel heen, die een groot deel van de klap opving. Dat iemand het koffertje verplaatst had, ten slotte, is een suggestie die de Britse Hitler-kenner Roger Moorhouse afdoet als een onbewezen historische gissing.

Toen de rook was opgetrokken bleek Der Adolf slechts lichtgewond te zijn. Vanwege hoogverraad kregen Claus en de meeste van zijn kompanen de doodstraf.

Een van hen, veldmaarschalk Erwin von Witzleben, werd na het showproces – geleid door de krijsende opperrechter Roland Freisler – opgehangen aan een pianosnoer, dat via een grote vleeshaak langzaam omhoog getrokken werd. Intussen legden SS’ers zijn gruwelijke doodstrijd vast op de camera, zodat de Führer (die een grote filmfanaat was) er later nog eens kijkplezier aan kon beleven. De gezinnen van de hoofdverdachten, vrouwen met kinderen, stuurden de nazi’s meteen richting het concentratiekamp. Deze maatregel stond bekend als Sippenhaftung (“bloedwraak”), de standaard gevangenisstraf voor familieleden van dissidenten. Nog was de wraakzucht van Hitler niet gestild, want in de dagen na de aanslag vonden in heel Duitsland naar schatting 7.000 arrestaties plaats.

Hond Blondi

Waar 42 teleurgestelde Duitsers, Polen, Britten en anderen niet in slaagden, kreeg Hitler zelf wel voor elkaar: het arrangeren van zijn vertrek naar de eeuwige jachtvelden. Aan Hitlers zelfmoord gingen enkele dierlijke taferelen vooraf, die zich concentreerden rond zijn hond Blondi, een geschenk van Martin Bormann. Deze herdershond vormt mijns inziens een treffende metafoor van het zieke wereldbeeld van de Führer. Blondi was de grote lieveling van Hitler, maar werd op 29 april 1945 vergiftigd met cyaankali. Haar puppy’s kregen op het buitenplein naast de Führerbunker de kogel. Een dag later legde Der Adolf, tijdens het galgenmaal, fijntjes aan zijn tafelgenoten uit op welke manier je het beste honden kon laten paren. Dit opmerkelijke gespreksonderwerp lanceerde hij vlak voor de collectieve zelfmoord van hemzelf, zijn kersverse vrouw Eva, de familie Goebbels en een aantal andere topnazi’s.

De voorvallen rond Blondi symboliseren treffend de nationalistische, racistische en sociaaldarwinistische hondsdolheid van de dictator: het Duitse Dritte Reich, bevolkt door blonde Arixebrs (the fittest), zou na een allesvernietigende struggle for life tot stand moeten komen. En zo niet, dan had GroB-Deutschland feitelijk geen bestaansrecht meer. Hitler verwoorde dit in 1941 klip-en-klaar: “Mocht het Duitse volk niet langer sterk genoeg of bereidwillig zijn, laat het dan maar ten onder gaan en door een andere, sterkere macht vernietigd worden (…) Ik zal om het Duitse volk geen traan laten.”

Menselijk lijden raakte de Duitse dictator totaal niet, en evenmin het lijden van ‘zijn’ Arische ras. “Het medelijden”, zei Hitler, “kent maar één handeling: de zieke te laten sterven.” Hij bezocht dan ook nooit gewonde soldaten in het ziekenhuis, kwam nimmer in de platgebombardeerde Duitse steden en heeft nooit één stap gezet in een concentratiekamp. Volgens zijn biograaf Ian Kershaw was de mensheid in Hitlers ogen slechts een ‘belachelijke bacterie in de kosmos’. Dat gold natuurlijk evenzeer voor het dierenrijk, de hond Blondi niet uitgezonderd.

Besluit

Valt het te betreuren dat de tientallen aanslagen op Hitler mislukt zijn? Achteraf bezien niet. De Führer was vanuit militair-strategisch oogpunt bepaald geen hoogvlieger. Voor het bespoedigen van de Duitse capitulatie was het dan ook eerder een voordeel dat hij in leven bleef. Precies met dit argument lieten de Britten eind 1944 Operation Foxley schieten, die beoogde om Hitler bij de Berghof in Oostenrijk door een sluipschutter om te brengen. Een van de planmakers, luitenant-kolonel Ronald Thornley, merkte met Brits gevoel voor ironie op: “Hij is nog steeds bij machte de meest zinnige strategische evaluaties van tafel te vegen en zo de zaak van de geallieerden geweldig van dienst te zijn.” Misschien was het wel een geluk bij een ongeluk dat Hitler 43 levens had.

Omslag Roger Moorhouse Hitler De aanslagen 2008

n.a.v. Roger Moorhouse, Hitler. De aanslagen, Uitgeverij Nieuw Amsterdam (2008)

http://www.nieuwamsterdam.nl/hitler-de-aanslagen

Highlight

“Het voortreffelijke boek Hitler. De aanslagen van de Britse historicus Roger Moorhouse analyseert twintig mislukte pogingen om Adolf Hitler uit de weg te ruimen. Het betoog is meeslepend en grijpt de lezer bij de keel. De meerwaarde van Hitler. De aanslagen is dat de auteur zijn betoog verweeft met een kernachtige samenvatting van de zinloosheid van de Tweede Wereldoorlog. Moorhouse weet de kwade praktijken van het nationaalsocialisme tot op het bot te fileren.”

Bronnen

Roger Moorhouse, Hitler. De aanslagen, Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Traudl Junge, Until the Final Hour. Hitlerx92s Last Secretary (Londen: Orion, 2003).

Ian Kershaw, Hitler: Nemesis 1936-1945 (Londen: Penguin Books, 2000).

 

 

 


5 July 2011
By on 21:38
Vijf eeuwen ‘mengelmoescultuur’ in Nederland

Gepubliceerd op www.geschiedenisbeleven.nl

21 juni 2011, auteur: Enne Koops

 

Leo Jan Lucassen - winnaars verliezers vijf eeuwen immigratie migratie Winnaars en verliezers, het nieuwste boek van de historici Leo en Jan Lucassen, toetst de meningen van integratie-pessimisten aan historische feiten. De auteurs concluderen dat het cultuurrelativistische stigma van de PvdA als “linkse kerk” niet klopt. Het valt wel mee met wat Paul Scheffer het “multiculturele drama” noemde.

Tot ongeveer 1990 zijn thema’s als immigratie en integratie ondergeschoven kindjes in het publieke en politieke debat. Daarna verandert de Nederlandse houding tegenover immigranten radicaal. Een reeks integratiepessimisten, beginnend met Frits Bolkestein, zet de genoemde onderwerpen op de maatschappelijke agenda. Dit doen zij vanuit de overtuiging dat de integratie van mediterrane en Caribische immigranten in Nederland mislukt was, vooral in de grote steden. Ook willen zij de toenemende dreiging van de radicale islam ter sprake brengen.

Linkse hobbyx92s en rechtse demagogie

Na Bolkestein volgen meer criticasters, onder wie Pim Fortuyn, Pieter Lakeman, Paul Scheffer en de PVV’ers Martin Bosma en Geert Wilders. Deze rechtse colonne integratiepessimisten richtte de pijlen voortdurend op de “linkse kerk”, een term die door Fortuyn is geïntroduceerd. De linkse partijen, de PvdA voorop, zouden vanaf de jaren x9150 de immigratie voortdurend gerelativeerd hebben, terwijl ze de dreiging van de islam negeerden.

Leo en Jan Lucassen tonen overtuigend aan dat de rechtse demagogie over “linkse hobby’s” niet op feiten gestoeld is. Zij doen dit door vijf eeuwen immigratie te analyseren en per periode winnaars en verliezers aan te wijzen. Dit levert meerdere interessante conclusies op. Zo blijkt dat in de periode 1945-1975 confessionele partijen (KVP, ARP en SGP) en liberalen (VVD en D66) vóór immigratie waren, terwijl juist de PvdA stringentere toelatingsregels bepleitte. Pas vanaf 1984 ging de PvdA meer opkomen voor immigranten. Het nationaal-gereformeerde GPV toonde zich dissonant in de politieke opera: het voerde als enige een pleidooi tegen subsidixebring van moskeexebn en waarschuwde als eerste voor het ontstaan van een instabiele “mengelmoescultuur”. Een opmerkelijke constatering is dat de VVD en D66 tot het eind van de jaren 1980 sterker pleitten voor het behoud van de eigen identiteit van immigranten dan linkse partijen. De conclusie is duidelijk: er was eerder sprake van een rechtse kerk dan een linkse.

Pluspunten
De meerwaarde van Winnaars of verliezers is dat het boek het actuele migratiedebat in het juiste historische perspectief plaatst en daarbij het stereotype links-rechts relativeert. In navolging van Herman Obdeijn en Marlou Schrover (Komen en gaan, 2008) laat het boek zien dat immigratie van alle tijden is. Al in de 17e en 18e eeuw was de Republiek der Nederlanden een “mengelmoescultuur”, net als haar leger en natuurlijk de VOC.

Een ander pluspunt is dat de auteurs de “dreiging van mediterrane immigranten nuchter taxeren. De instroom uit Marokko en Turkije is het afgelopen decennium aanzienlijk teruggelopen, terwijl het geboortecijfer onder islamieten snel keldert.

Weinig nieuws

Voor de rest biedt het boek weinig nieuws. Het is meer een globaal overzichtswerk dan een dieptestudie geworden. Winnaars en verliezers zou aan diepgang gewonnen hebben als de auteurs hun analyse gevoed hadden met recente Angelsaksische literatuur. De stelling dat de dreiging en de gebrekkige integratie van (islamitische) nieuwkomers wel meevallen, is eerder overtuigend verdedigd door Philip Jenkins in Godx92s Continent. Christianity, Islam, and Europe’s Religious Crisis (2008). Hij laat onder meer zien dat de daling van het geboortecijfer onder immigranten een algemeen Europees patroon is, dat er ook veel christenen naar West-Europa migreren en dat de islamitische immigranten een veelkleurenpalet vormen.

Al met al is Winnaars en verliezers een boek dat vooral nuttig is voor historisch gexefnteresseerden die een snel overzicht verlangen van vijf eeuwen “Nederlandse” immigratiegeschiedenis.

Vijf sterren

Winnaars en verliezers. Een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie door Leo Lucassen en Jan Lucassen (Bert Bakker 2011)


21 June 2011
By on 18:45
Historische sensatie

Soms lijkt de tijd even stil te staanOud en nieuw historische sensatie

En zie ik het verleden in het heden vergaan

Is dit wat men historische sensatie noemt?

Wanneer het vroegere in het heden opdoemt?

 

Soms lijkt de tijd even stil te staan

En is het heden slechts herkenbare waan

Dit is wat men historische sensatie noemt:

Wanneer het oude zich met het nieuwe verzoent. 

 

 

EK 06-2011

8 June 2011
By on 14:35
Recensie van Dierikx – Luchtspiegelingen. Cultuurgeschiedenis van de luchtvaart

Marc Dierikx, Luchtspiegelingen. Cultuurgeschiedenis van de luchtvaart, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2008, ISBN 978-90-8506-547-0 (paperback), 283 pag., x8019,50.

Marc Dierikx - Luchtspiegelingen Cultuurgeschiedenis Luchtvaart 2008 In het boek Luchtspiegelingen beschrijft de luchtvaarthistoricus Marc Dierikx de internationale geschiedenis van de luchtvaart vanuit een culturele invalshoek, waarbij naast de “cultuur van het vliegen” vooral politieke en economische aspecten aandacht krijgen. Volgens de auteur waren deze bepalender voor de ontwikkeling van het luchtvervoer dan technologische factoren. Deze stelling wordt door Dierikx overtuigend verdedigd.

Dierikx’ boek bestaat uit vier hoofdstukken die chronologisch, inhoudelijk en stilistisch een sterke samenhang vertonen. Om met de stijl aan te vangen: vrijwel elk hoofdstuk begint en eindigt met de beschrijving van een relevant filmfragment waarin belangrijke aspecten van het luchtvervoer centraal staan. Een recent voorbeeld is de film United 93 over de fatale vlucht van United Airlines 93, die op 11 september 2001 in Pennsylvania neerstortte omdat de passagiers in opstand kwamen tegen hun kidnappers, en die daarom als enig gekaapt vliegtuig niet het doel bereikte (het Witte Huis of het Capitool). Deze film symboliseert de nieuwe fase in de luchtvaartgeschiedenis, waarbij luchthavens en vliegtuigen tot in het extreme beveiligd moeten worden om te voorkomen dat vliegtuigen als zelfmoordmachines misbruikt worden door politiek- of religieus-extremisten. Dierikx gebruikt, naast United 93, nog verscheidene andere filmfragmenten om zijn verhaal te verlevendigen.

Het eerste hoofdstuk van Luchtspiegelingen behandelt de periode vanaf 1919 – het jaar waarin de eerste commerciële passagiersvluchten plaatsvonden – tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog. In deze fase bepaalde de heldenstatus van piloten het publieke imago van de luchtvaart. Internationaal vermaarde vliegeniers braken afstands- en snelheidsrecords of verwierven roem als succesvol gevechtspiloot. Vliegen was in deze tijd alleen weggelegd voor de happy few, voor de rijken der aarde – politici en zakenlieden -, en was omgeven met een aura van heldhaftigheid en moderniteit. In het tijdvak 1919-1945 was het vliegverkeer nauw verbonden met de politiek. Zo steunden nationale overheden de luchtvaartmaatschappijen vanwege de noodzakelijke verbindingen met overzeese kolonixebn, zagen zij het economische belang van het luchtvervoer in en benutten zij het vliegtuig om het eigen land te promoten als vooruitstrevend en modern. Benito Mussolini bijvoorbeeld zag de vliegmachine als een geschikt symbool van een nieuw, modern en dynamisch Italixeb, terwijl Adolf Hitler het vliegtuig gebruikte om in heel Duitsland campagne te voeren voor de NSDAP.

In het volgende door Dierikx onderscheiden tijdvak, van 1945 tot 1961, maakte de internationale luchtvaart een enorme groei door van gemiddeld 15 procent per jaar. Omstreeks 1950 verschoof het overheidsbelang bij het vliegverkeer van verbindingen met de koloniën naar commerciële winstgevendheid, en tevens naar het vervoer van emigranten. In deze periode emigreerden meer dan drieënhalf miljoen Europeanen naar andere continenten, van wie 25 procent per vliegtuig. Vliegen werd in deze periode steeds meer geassocieerd met comfort en de introductie van goedkopere tickets – de coach class (1948), de tourist class (1952) en de economy class (1958) – maakten het vliegen geleidelijk aan betaalbaar voor het gewone publiek, en stimuleerde vanaf begin jaren vijftig de opkomst van vakantievluchten.

Het duurde echter tot de jaren zestig voordat vliegen xe9cht binnen handbereik kwam van de maatschappelijke middenklasse, gedurende de periode 1961-1977. Het groeiende t.v.- en autobezit had de blik van de burger op de wereld zeer verruimd. In technologisch opzicht werden zevenmijlspassen gemaakt, met name in de tweede helft van de jaren zestig, toen de Boeing 747, de Airbus A-300 (beide in 1967) en de Concorde (1969) geïntroduceerd werden. Keerzijden van de luchtvaart in deze fase waren het grote aantal vliegtuigkapingen door voornamelijk Palestijnse terroristen, vliegrampen die in de pers breed uitgemeten werden – met als dieptepunt de KLM/PanAm-megaramp op Tenerife in maart 1977, waarbij een tot dat moment “recordaantal” van 575 doden viel – en het groeiende besef dat de vliegmachine en de lawaaierige vliegvelden het milieu aantasten.

De afgelopen decennia, vanaf de tweede helft van de jaren zeventig tot heden, staat het vliegverkeer in het teken van sterke prijsreducties (tickets werden meer dan de helft goedkoper), waardoor vliegen eigenlijk iets heel gewoons geworden is, een necessity of life. Tegelijk betekende deze ontwikkeling – die werd gestimuleerd door de groei van het internet, de strategieën van prijsvechters als EasyJet en ValueJet, en de daling van ticketprijzen na de Golfoorlog (1990-1991) en de aanslagen van 9/11 – dat vliegmaatschappijen het steeds moeilijker krijgen om te overleven en vaak gedwongen zijn tot fusies. Voor de klant betekent dit goedkoop vliegen. Tegelijk houden de bezuinigingen, die vaak ten koste gaan van personeel en materieel, tegelijk een verhoogd risico in, zoals het televisieprogramma Air Crash Investigation op National Geographic regelmatig aantoont.

Marc Dierikx heeft een uitstekend boek afgeleverd over de cultuurgeschiedenis van de luchtvaart. Luchtspiegelingen is ook nog eens geschreven vanuit een originele invalshoek, bevat mooie illustraties en is voorzien van een uitgebreide index. Een aanrader dus.

 

Gepubliceerd in: Groniek 182/183 (2009)

 

5 June 2011
By on 21:53
Recensie Herman Veenhof – biografie Pieter Jongeling

De knuffelbeer van de Tweede Kamer

Gedegen biografie over Pieter Jongeling

 

n.a.v. Herman Veenhof, Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985). Journalist, politicus en Prins, Barneveld: De Vuurbaak, 2009, 431 blz., x80 24,90

 

Herman Veenhof - Zonder twijfel Pieter Jongeling biografie prins Op 1 april 2009 organiseerde het Archief- en Documentatiecentrum in Kampen een congres over Pieter Jongeling (1909-1985), de man die een Bekende Nederlander werd door zijn verdiensten als kinderboekenschrijver en politicus. Als trefzekere voorman van het GPV hielp hij die partij in de jaren zestig en zeventig aan een opvallend positief imago. Zonder inspirators als Jongeling x96 en later Gert Schutte x96 had het GPV waarschijnlijk het etiket opgeplakt gekregen van de zoveelste christelijke splintergroepering van schijnheilige pepermuntvreters. Hoe het ook zij, veel bezoekers prezen zichzelf gelukkig toen bleek dat de congresaankondiging geen grap was (het was immers 1 april), maar werkelijkheid. Anders zouden ze voor niets naar de Hanzestad zijn afgereisd, en x96 wat wellicht nog erger was x96 Jongeling zou niet het congres krijgen dat hij verdiende.

 

Een van de sprekers, de ND-journalist Herman Veenhof, greep deze gelegenheid aan om zijn levensbeschrijving van Jongeling te presenteren, getiteld Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985). Journalist, politicus en Prins. Deze titel geeft precies de ijkpunten aan in het leven van Jongeling: hij was een standvastig christen, stond bekend als recht-door-zee, beschouwde zichzelf vooreerst als journalist en publiceerde onder het pseudoniem Piet Prins bekende boekenseries als Snuf de Hond, Wambo en Daan en Sietze. En pas dxe1xe1rna was hij politicus.

Het werd hoog tijd dat deze biografie verscheen. Afgezien van de interviewbundel Jongeling ten voeten uit van Rik Valkenburg, het biografische interviewboek Geroepen en gegaan van Peter Bergwerff en Tjerk de Vries en wat fragmenten in de serie Vuur en Vlam, waagde niemand zich nog aan een complete levensbeschrijving van de x91knuffelbeer van de Tweede Kamerx92 (pag. 222). Het Nederlands Dagblad stelde Veenhof vier maanden vrij om deze klus te klaren. Daarbij stelde een aantal gulle gevers hem in de gelegenheid om nog eens drie maanden extra aan de slag te gaan. Ondanks dit krappe tijdschema is Veenhof erin geslaagd een meeslepend levensverhaal te construeren, dat prettig leest en waarvoor veel bronnenmateriaal gebruikt is. Zo interviewde de auteur ruim tachtig mensen. Daarnaast kreeg hij inzage in tweehonderd oorlogsbrieven vanuit en naar het concentratiekamp Sachsenhausen, waar Jongeling van 1942 tot 1945 gevangen zat vanwege zijn verzetsactiviteiten. Veel informatie uit deze brieven stond overigens ook al in Valkenburgs boek, maar dat is niet erg: Veenhof vult Valkenburg aan en de Sachsenhausen-verhalen laten de lezer x96 tenzij een nazi-sympathisant x96 niet gauw meer los.

Als xe9xe9n ding uit de kampbrieven duidelijk wordt, is het wel dat Pieter Jongeling en zijn vrouw Klazina een uitstekend huwelijk hadden, want gescheiden van tafel en bed voelden ze elkaar haarscherp aan. Een foto van Jongelings dochtertje Alida, de juiste medicijnen op het juiste moment of kerkbladen met het laatste nieuws over de problematiek in de Gereformeerde Kerken in Nederland: vrijwel alles wat ze verstuurden passeerde de strenge controle van de nazix92s. En anders verzon het echtpaar wel een list. Door het gebruik van codenamen wist Jongeling als een van de eerste Nederlanders in het kamp dat prinses Margriet geboren was. Dat hij Sachsenhausen uiteindelijk overleefde was een regelrecht wonder, evenals het feit dat de verschrikkingen die hij meemaakte x96 men mocht kiezen: of zelf tien uitgemergelde kampgenoten doodschieten, of twintig door een bewaker x96 geen psychisch trauma veroorzaakten. In elk geval ontsnapte hij in Sachsenhausen ettelijke malen aan de dood. Zo zat hij in een barak op een krukje, stond zonder reden op, terwijl enkele seconden later een geallieerde raket insloeg, precies op de plek waar Jongeling zojuist gezeten had. En de Todesmarsch x96 de wrede aftocht uit Sachsenshausen vlak voor de bevrijding, waarbij 6000 mensen omkwamen x96 overleefde hij maar ternauwernood. Voor Jongeling waren zijn ervaringen een duidelijk teken dat God een bedoeling met hem had: x91De Here had mij bevrijd, verlost, van de dood gered. Ik wist dat Hij dat ook gedaan had, omdat Hij nog een taak voor mij had. Toen heb ik niet veel achterom gekeken. Ik ben aan het werk gegaan en dat is steeds zo doorgegaan.x92 (pag. 117)

Veenhof maakt gelukkig niet de klassieke fout van veel biografen, die zich zo met de hoofdpersoon vereenzelvigen dat de kritische distantie verdwijnt. Ook Jongelings zwakkere eigenschappen en de minder rooskleurige episodes uit zijn leven komen aan de orde. Een uitwijding over de door Veenhof behandelde kwestie-Holwerda zou te ver voeren; wat de auteur schrijft over Jongeling als persoon is handzamer. Zo ontpopte de GPV-man zich op het podium als een volksorator, een geboren verhalenverteller die zijn toehoorders tot de laatste minuut in de greep hield. Maar als hij eenmaal het spreekgestoelte verlaten had was hij stijf, onbuigzaam en ongexefnteresseerd, aldus een aantal gexefnterviewden. Dochter Amka: x91Buiten zijn publieke presentaties kon mijn vader enorm verlegen zijn, schutterig. Hij was niet handig in koetjes en kalfjes, gesprekken moesten altijd over iets wezenlijks gaan. Hij was, laten we zeggen, geen receptietype.x92 (pag. 187) En Hans Wiegel: x91In het informele circuit van de Tweede Kamer zag je hem niet veel. Maar contactloos was hij zeker niet. Aan de koffie, met deze en gene, smeedde hij wel degelijk plannen en tactieken.x92 (pag. 415)

Mooi is dat Veenhof in het begin en aan het einde van zijn boek een reflectie biedt x96 of dat anderen laat doen x96 op de betekenis van Jongeling voor de hedendaagse politiek en kerk. Hoewel het GPV-boegbeeld geen school gemaakt heeft, zijn er nog verscheidene christen-politici die zich graag met Jongeling associxebren. Zo beschouwt Andrxe9 Rouvoet, de leider van de ChristenUnie, zich als een x91erfgenaam van Jongeling en diens traditiex92 (pag. 11). Ook minister Eimert van Middelkoop voelt een sterke verwantschap. Volgens hem zou Jongeling de overstap naar de ChristenUnie probleemloos hebben gemaakt: x91Jongeling was absolxfaxfat niet rechtsx92. De minister voegt er aan toe het land te hebben aan die x91nieuwex92 historici x91die het GPV en passant wegzetten als een fascistoxefde partijtje uit het verleden en Jongeling als een taai reptiel van de ware kerkx92 (pag. 402).

Zonder twijfel is een uitstekende biografie geworden, daarover kan weinig twijfel bestaan. Nu is het wachten op de opvolger van dit boek, een wetenschappelijk werk over Jongelings denken, dat x96 zo belooft het dankwoord x96 zal verschijnen onder de titel Onder invloed. We zijn nu al benieuwd waarop deze leus betrekking heeft.

Enne Koops

 Gepubliceerd in:Transparant 20.3 (juli 2009)

 

Lees ook een andere recensie van Veenhofs biografie

 

 

 


 



By on 21:41
Recensie Agnes Amelink – Gereformeerden overzee

Agnes Amelink, Gereformeerden overzee. Protestants-christelijke landverhuizers in Noord-Amerika (Amsterdam: Bert Bakker, 2006); paperback-formaat; 301 pag.; ISNB 10-90-351-2895-8; prijs: 17,95 euro.

Agnes Amelink - recensie Gereformeerden overzee emigratie Het thema emigratie staat de laatste jaren weer volop in de belangstelling van Nederlandse onderzoekers. Eén van de populairste thema’s is het vertrek van Nederlandse gereformeerden naar de Verenigde Staten en Canada in de negentiende en twintigste eeuw. Te denken valt aan het recent verschenen werk Die Hollanders zijn gek! (2008) van historica Betsy Biemond-Boer, die de naoorlogse ontwikkeling van bevindelijk-gereformeerde groepen in Canada schetst, of aan Hans Krabbendams Vrijheid in het verschiet (2006), waarin de Nederlandse landverhuizing naar de Verenigde Staten in de periode 1840-1940 centraal staat. In hetzelfde jaar waarin Krabbendam zijn boek publiceerde, verscheen ook Gereformeerden Overzee van ex-Trouw-journaliste Agnes Amelink, dat de naoorlogse emigratie van gereformeerden naar Noord-Amerika voor het voetlicht brengt.

Het boek Gereformeerden Overzee leest in elk geval als een trein. Door Amelinks Geert Mak-achtige schrijfstijl weet ze de lezers te boeien en sleept ze hen mee in de intrigerende avonturen van de duizenden gereformeerde Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog Nederland verlieten. Het beeld dat Amelink van de gereformeerde immigranten schetst is dat van een strijdbare bevolkingsgroep, die een snel “beschavingsoffensief”| in Noord-Amerika doormaakte wat resulteerde in een indrukwekkend netwerk van gereformeerde kerken, scholen en vakbonden. Tegelijk leidden religieuze tegenstellingen – importproducten uit Nederland – tot grote spanningen tussen de conservatievere, piëtistisch-georiënteerde gereformeerden uit de Afscheiding en de neocalvinisten, de activistische volgelingen van Abraham Kuyper. Dit liep uit op conflicten in het onderwijs en op een kerkscheuring in de Christian Reformed Church, de Noord-Amerikaanse zusterkerk van de voormalige Gereformeerde Kerken in Nederland.

Het percentage gereformeerden dat de wijk naar Canada nam, was opvallend hoog. Van de 143.000 Nederlanders die tussen 1948 en 1962 naar dat land vertrokken, was 31 procent gereformeerd, terwijl slechts 9xbd procent van de Nederlandse bevolking deze richting aanhing. Amelink noemt de belangrijkste verklaringen voor deze oververtegenwoordiging: de aanwezigheid van eerder gexebmigreerde geloofsgenoten in Noord-Amerika, het kuyperiaanse activisme, de goede organisatie van de Christelijke Emigratie Centrale, het effectieve optreden van de fieldmen van de Christian Reformed Church en de  positieve houding van de neocalvinisten ten aanzien van emigratie zijnde een goddelijke opdracht. Terecht merkt Amelink op dat het economische motief, dat vaak verpakt werd in de woorden “voor de toekomst van de kinderen”, het Leitmotiv was van de meeste gereformeerde landverhuizers. Godsdienstige motieven daarentegen speelden een ondergeschikte rol. Dat betekent niet dat godsdienst onbelangrijk was in het leven van gereformeerde immigranten. Integendeel: de kerk vormde hxe9t centrale instituut in hun wereldbeschouwing. Dit was onder meer zichtbaar tijdens de overtocht naar Noord-Amerika. Op Nederlandse emigrantenschepen reisden vanaf 1947 protestantse boordpredikanten en katholieke priesters met de emigranten mee om kerkdiensten te organiseren, sing-ins te houden en spreekuren te verzorgen. De kerk speelde ook een cruciale rol bij de opvang van de immigranten na hun aankomst in Noord-Amerika. De fieldmen van de Christian Reformed Church, “stuk voor stuk bijzondere figuren”, waren er als de kippen bij om de immigranten te verwelkomen, hen naar de juiste trein te brengen en verdere opvang voor deze kerkmensen te arrangeren op de plaats van bestemming. De fieldmen hadden een breed takenpakket: ze regelden de huisvesting, verwezen de immigranten door naar de dichtstbijzijnde kerk, probeerden banen te vinden voor diegenen die in Noord-Amerika werkloos raakten en boden hulp bij vrijwel elk probleem waar de nieuwkomers mee te worstelen hadden.

De ijver van de Christian Reformed Church en de inzet van de fieldmen had tot gevolg dat die kerk, vooral in Canada, snel groeide. In 1945 telde de Christian Reformed Church in Canada slechts 14 gemeenten, in 1965 was dit aantal gestegen tot 170 gemeenten. Tussen 1950 en 1960 groeide het aantal kerkleden in Canada spectaculair met ongeveer 50.000 personen, een “krachtige injectie uit Nederland”. Het succesverhaal van de Christian Reformed Church in Canada en de toename van het aantal christelijke scholen in dat land hadden echter ook een keerzijde, zo valt te lezen in het laatste deel van Amelinks boek. De ijver van de fieldmen en het feit dat de Christian Reformed Church zichzelf presenteerde als een kerk voor àlle gereformeerden, leidden ertoe dat deze kerk een “gereformeerde vergaarbak” werd van onder andere christelijk-gereformeerden, hervormden en vrijgemaakten (deze groepen organiseerden namelijk pas beginjaren 1950 eigen kerken in Canada en gingen tot die tijd veelal op in de Christian Reformed Church) die elkaar voortdurend bekritiseerden en in de haren vlogen. Ook verwelkomde de CRC vrij kritiekloos predikanten uit andere denominaties, hetgeen de situatie op langere termijn nog explosiever maakte. Het binnenhalen van verschillende religieuze tradities vormt volgens Amelink een goede verklaring voor de scheuring die zich in de jaren 1990 in de Christian Reformed Church voltrok.

Met Gereformeerden Overzee heeft Amelink een knappe prestatie geleverd. Het boek is uitstekend leesbaar en maakt een verzorgde indruk. Dat betekent niet dat er geen kanttekeningen te plaatsen zouden zijn. De klemtoon ligt bijvoorbeeld vooral op de emigratie van de neocalvinisten uit de Gereformeerde Kerken. Andere protestants-christelijke groepen, zoals de hervormden en bevindelijk-gereformeerden, komen niet aan bod, terwijl dit in de titel (“protestants-christelijke landverhuizers”) wel gesuggereerd wordt. Daarbij wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de emigratieculturen van synodaal- en vrijgemaakt-gereformeerden, terwijl die culturen onderling toch sterk van elkaar verschilden. Mijns inziens moet “de gereformeerde emigratie” daarom niet als een monolithisch verschijnsel geanalyseerd worden. Een vergelijkende benadering van de diverse gereformeerde groepen had meer opgeleverd, uitgesplitst naar hoofdstroom (bijvoorbeeld neocalvinistisch versus bevindelijk-gereformeerd) of naar kerkelijke denominatie.

Voorts is de methodiek van Amelink die van een journaliste en niet die van een historica. Dit feit is zichtbaar in het bronnengebruik: Amelink baseert zich vrijwel uitsluitend op informatie uit (zelf afgenomen) interviews en standaardliteratuur en niet op het zowel in Nederland als Noord-Amerika overvloedig aanwezige archiefmateriaal, dat nieuwe perspectieven kan openen op dit onderzoeksterrein. Dit is echter geen verwijt, maar eerder een constatering van iets onvermijdelijks. Journalisten schrijven nu eenmaal voor het grote publiek en niet voor de wetenschappelijke wereld. Wel is de journalistieke achtergrond van Amelink – vanuit academisch perspectief bekeken – debet aan de soms te subjectieve woordkeuzes en zinsneden. Dit gebeurt vooral in de hoofdstukken 11 tot 13, waarin interne kerkelijke conflicten het centrale thema vormen. Door haar woordkeuze geeft Amelink mijns inziens teveel blijk van haar af- of goedkeuring tegenover de strijdende partijen: in de Christian Reformed Church “zitten ze meteen in de hoogste boom”, “schrijven ze hun vingers blauw”, was voortdurend sprake van “angsthazerij”, et cetera. Een historicus zou hier vermoedelijk kiezen voor genuanceerder taalgebruik.

Het boek van Agnes Amelink verdient zeker aanbeveling. Maar met Gereformeerden Overzee is het thema van de gereformeerde emigratie nog geen gesloten boek geworden. Het onderwerp zal daarom voorlopig nog wel een populair onderzoeksterrein blijven.

Gepubliceerd in: BMGN (2008), webpublicatie




By on 21:31
Erg grappig: “Ultimate Dog Tease”

Deze moet ik gewoon posten. Episch gewoon, dit filmpje…

 

 

25 May 2011
By on 21:14
Een Nederlands ‘geheim’ uit de Koude Oorlog

Gepubliceerd op: 10 mei 2011 © GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Enne Koops


Sherman-tank bij IJssellinie Olst Op een fraaie aprildag in 2011 bezoek ik met een havo-klas de IJssellinie bij Olst. Deze waterlinie moest tijdens de Koude Oorlog een Russische aanval vertragen. Onze enthousiaste gids brengt een dramatische episode uit de Nederlandse geschiedenis op humoristische wijze tot leven. Dit is geschiedeniseducatie op zijn best!

 Samen met mijn collega Aardrijkskunde en een groepje geschiedenisleerlingen arriveren we op landgoed de Haere in het Overijsselse Olst. Daar krijgen we een boeiende rondleiding door twee van de in totaal 32 bunkers.

 

De IJssellinie deed dienst van 1953-1964 en had als doel om het rode gevaar ‘in te dammen’, door de IJsselregio van Kampen tot Nijmegen te inunderen (onder water zetten). Zinkende plateaus sloten eerst de Waal en de Nederrijn af, zodat er extra water de IJssel instroomde. Vervolgens blokkeerden verscheidene caissons het wassende water, onder meer bij Olst. Via dijksluizen inundeerde men dan de hele IJsselregio.

De 32 bunkers bleven droog staan. Zo konden de Nederlandse militairen hun mitrailleurs legen op de aanstormende Russen. Tijdens dit oponthoud zouden de geallieerden Nederland – letterlijk – te hulp schieten.

Kankerverwekkend
Op papier zag dit verdedigingsplan er misschien capabel uit. In de praktijk echter zouden de Nederlandse militairen bij een Russische aanval ongetwijfeld het loodje hebben gelegd tijdens een Oost-Europees (zenuwgas)bombardement. Posters in de bunkers legden uit wat de dienstdoende soldaten bij een aanval met zenuwgas vooral niet moesten doen: eten, roken of drinken. De posters meldden echter niet dat de aanwezigen ook niet mochten ademhalen.

De dienstdoende militairen werden ‘getroost’ met de wetenschap dat ze drie flesjes atropine hadden. Als ze dit middel inspoten, bleven ze nog drie keer tien minuten in leven. “Dat was precies genoeg tijd om een mooie afscheidsbrief te schrijven voor de familie”, aldus onze grappende gids.

HOP-poster

Een andere ‘troostvolle’ gedachte was dat er in de bunkers genoeg HOP (Huid Ontsmettings Poeder) voorradig was. Bij een chemische aanval moesten de soldaten dit poeder op hun wonden smeren. Later ontdekten wetenschappers dat dit middel minstens zo erg was als de kwaal: HOP was zwaar kankerverwekkend.

Russische kaart

De IJssellinie moest uiteraard geheim blijven. Ongetwijfeld zou er bij bekendwording paniek uitbreken onder de bevolking. De regering gaf het noorden en oosten van ons land namelijk al bij voorbaat op, en daarmee de (democratische) levens(wijze) van honderdduizenden Nederlandse burgers. Verder rekende de overheid in de IJsselregio op ongeveer 10.000 dodelijke slachtoffers en 400.000 evacués. Als deze ingecalculeerde risico’s bekend werden, zouden verzekeringsmaatschappijen natuurlijk hun diensten aan deze mensen weigeren. En tienduizenden noorder- en oosterlingen zouden hun biezen pakken om naar veiliger oorden te vertrekken.

 

De gids vertelt verder nog dat de Russen via hun geheime dienst (de KGB) tot in detail wisten wat er allemaal bij de IJssellinie gebeurde. Zij verklapten dat tijdens een officieel staatsbezoek in 2000, door hun gastheren te verrassen met een fraaie Russische kaart van de regio. Op deze kaart stonden tot in detail alle bunkers en afweergeschutten van de verdedigingslinie. De Russische diplomaten lachten hartelijk om het IJssellinie-plan. Zij waren namelijk nooit van plan geweest om Nederland aan te vallen. Sterker nog, als Russische militairen het woord ‘NAVO’ lazen of hoorden, deden ze het volgens eigen zeggen al in hun broek.

De Russen waren dus goed bekend met de IJssellinie, in tegenstelling tot de Nederlanders die langs de IJssel woonden. Zij kregen pas in 1990 – na de val van de Muur – te horen wat de werkelijke bedoeling was geweest van de sluizen en militaire oefeningen langs de IJssel.

In 1964 besloot de regering de IJssellinie buiten dienst te stellen. De Russische dreiging was minder acuut geworden tijdens de periode van ontspanning (detente) na de Cubacrisis. Cruciaal was verder dat Duitsland inmiddels tot de NAVO was toegetreden en bij de Weser verdedigingswerken geplaatst had. Onze oosterburen zouden de grootse Russische klappen wel opvangen.

Een aloud cliché

Opmerkelijk is dat de militaire strategen achter het IJssellinie-plan geen lessen trokken uit het verleden. Haar voorganger, de Hollandse Waterlinie, faalde namelijk voortdurend. Zoals in 1624, 1629, 1672 (het Rampjaar) en in 1795 (Franse inval), toen de rivieren telkens bevroren waren en buitenlandse troepen eenvoudig konden passeren. Of in 1940, toen Duitse vliegtuigen en parachutisten de nutteloosheid van waterlinies aantoonden. Maar het aloude cliché ‘wie niet van de geschiedenis wil leren, moet haar overdoen’, is voor de IJssellinie gelukkig nooit bewaarheid geworden.

Educatieve waarde

Recapitulerend is een bezoek aan de IJssellinie niet alleen vermakelijk, maar het heeft ook veel educatieve waarde. In de bunkers herleeft jong en oud de weemoedige sfeer van de jaren vijftig. De gasmaskers, posters, de operatietafel in het Noodhospitaal (opgesteld in één van de bezochte bunkers) en de in beton gegoten Sherman-tanks: Olst openbaart een historisch ‘geheim’ en laat zien dat de Koude Oorlog zeker niet geruisloos aan Nederland voorbijging.

â–º Bezoek de IJsellinie, Landgoed De Haere, Haereweg 4 in Olst, ieder uur een rondleiding.

â–º Meer informatie: ontdekdeijssellinie.nl en ijssellinie.info.

10 May 2011
By on 22:11
De kunstgrepen van het Nationaal Historisch Museum

Gepubliceerd op website Geschiedenis Beleven

29 april 2011 

Nationaal Historisch Museum INNL - Automatiek Op 29 oktober 2010 viel het doek voor het Nationaal Historisch Museum (NHM). Het kabinet-Rutte besloot geen subsidie te verlenen voor een eigen gebouw. Noodgedwongen betrok de organisatie daarom de Zuiderkerk in Amsterdam. Omdat het museum ook geen eigen collectie heeft, is het de vraag welke activiteiten het NHM nu ontplooit.

Het ontbreken van een eigen gebouw en collectie raakt het fundament van het NHM. “Museum” staat in de Van Dale immers omschreven als een “gebouw waarin voorwerpen van kunst of wetenschap bijeengebracht worden en uitgestald zijn”. De directie heeft besloten om daarom de website www.innl.nl tot speerpunt te maken van een interactief museum. Deze site (INNL staat voor “in Nederland”) wil de “kennis van de geschiedenis vergroten en het historisch besef versterken”.

Voorts zet het NHM de historie in de spotlights tijdens de Maand en Nacht van de Geschiedenis. Het wil geschiedenis promoten via televisie- en radio-uitzendingen. Zo maakt het museum mogelijk dat het jeugdprogramma Het Klokhuis elke week een venster uit de Nederlandse canon behandelt. Een prima initiatief. Zo wordt de jeugd al vroeg warm gemaakt voor de vaderlandse historie.

Nationale Automatiek
Andere activiteiten zijn de Nationale Portrettengalerij en de reizende tentoonstelling Nationale Automatiek. De Nationale Automatiek bestaat uit voorwerpen die voor 1 à 2 euro uit een trekmuur komen. Ze beelden een historisch verhaal uit dat begrijpelijk is voor de gemiddelde Nederlander. De voorwerpen zijn leuk uitgekozen en worden op een aantrekkelijke manier gepresenteerd.

De vraag is echter of de automatiek voldoende diepgang en samenhang biedt. Aanvullende informatie moeten de bezoekers veelal op internet opzoeken. Bekend is ook dat chronologie bij het NHM een rode lantaarndrager is, dat beelden prevaleren boven tekst en kunst boven kennis. Verder omarmt het NHM de speculatieve geschiedschrijving, via Het Land van Als. Dit project laat bezoekers het verleden bij elkaar fantaseren: “Wat zou er gebeurd zijn als..?” Elke student geschiedenis leert dat aan dit type geschiedschrijving grote bezwaren kleven.

LinkedIn
Het NHM bezorgde Jan Marijnissen, de geestelijke vader van het museum, al in 2008 chronische hoofdpijn. Ook het Historisch Nieuwsblad plaatste vraagtekens. Een kritische analyse van www.innl.nl leert dat deze scepsis terecht is. Het NHM introduceert deze site zo: “Het Nationaal Historisch Museum heeft grote ambities op het gebied van nieuwe media en technologie. Daarbij is een innovatieve website de basis van vele (online) activiteiten. Deze website is hiervan een goed voorbeeld.”

Klopt deze zelfanalyse van het NHM? Nee. Het probleem begint al met de medewerkers. Volgens LinkedIn veelal jongvolwassenen met BNN-looks en indrukwekkende cv’s. Ze kunnen bogen op internationale ervaring en hebben affiniteit met de kunst-, ICT- of p.r.-sector. Het arbeidsverleden van het personeel getuigt van niveau, maar biedt geen garanties. LinkedIn laat namelijk ook zien dat ze weinig onderzoekservaring hebben, een beperkte expertise op historisch gebied en nauwelijks links met de onderwijswereld. Dit probleem kristalliseert zich uit in een chron(olog)isch gebrek aan historische kennis.

Wikipedia
Veel INNL-artikelen overstijgen het Wikipedia-niveau niet. Bronverwijzingen en primaire materialen ontbreken. Arminius (1618-1619) taggen aan de Gereformeerde Kerken in Nederland (ontstaan in 1892) is historisch gezien discutabel. Verder blijven belangrijke personen onvermeld, zoals Joan Derk van der Capellen tot den Pol of Max Blokzijl. Het is vooral de vraag wat de meerwaarde is van de vele korte artikeltjes en portretjes, die eerder leiden tot een verdere “vergruizing van het geschiedbeeld” (Jan Romein) dan tot integratie.

De NHM-informatie is te beknopt om informatief te zijn en te weinig gegrond in actuele debatten om richtinggevend te worden. Informatief is bijvoorbeeld zeker niet wat site vermeldt over Neêrlands beroemdste historicus Johan Huizinga: “Een belangrijk Nederlands historicus en auteur van vele werken.” Meer leren we niet. Op zijn minst had hier het internationaal bejubelde Herfsttij der Middeleeuwen (1919) vermeld moeten worden, of het tijdgevoel van het Interbellum reflecterende In de schaduwen van morgen (1935). De kreet dat het NHM “handelaar in enthousiasme” is, zal wel bedacht zijn op het dieptepunt van de momenteel nog na-ebbende economische crisis.

Naast de inhoud valt de kwaliteit van de internetpagina tegen. Het royale aantal uitklapmenu’s maakt de website onoverzichtelijk. Internetbezoekers willen snel bij de juiste informatie komen, anders haken ze binnen enkele minuten af. De online zoekfunctie geeft de resultaten onder elkaar weer met grote afbeeldingen erbij      - waardoor veel gescrolld moet worden – en lijkt geen selectie te maken op relevantie.

Teleurstelling
Het hele project overziend, overheerst een gevoel van teleurstelling. Het Nationaal Historisch Museum wil kunst en geschiedenis verbinden. Maar is geschiedenis dan geen kunst? Nee, geschiedenis is een kunst.

 

Verder lezen

Dossiers met artikelen over het NHM: op Geschiedenis24 en Historiek

© GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Enne Koops, beeld: Flickr/NHM en GB

 

 

Lanceringsvideo website NHM

 

 

29 April 2011
By on 14:34